Meer regie voor de rechter
Rechters krijgen meer vrijheid om een procedure actief te sturen. Ze mogen nu:
✔ Zelf vragen stellen en informatie opvragen.
✔ Suggesties doen, zelfs als dit leidt tot een wijziging van de eis of het verweer.
✔ De procedure begeleiden en ingrijpen waar nodig. Dit is vastgelegd in artikel 19 lid 2 Rv:
“De rechter neemt ambtshalve of op verzoek van partijen alle beslissingen die nodig zijn voor een goed verloop van de procedure.”
Meer mogelijkheden voor procespartijen
Niet alleen rechters krijgen meer ruimte, ook partijen hebben nu extra middelen om vooraf bewijs en informatie te verzamelen. Hierdoor kunnen ze beter inschatten of een rechtszaak zinvol is.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en hun impact.
1. Ingangsdatum
De nieuwe regels gelden voor alle procedures die vanaf 1 januari 2025 worden gestart via een dagvaarding of verzoekschrift.
Voor lopende procedures blijven de oude regels gelden totdat de zaak is afgerond.
2. Voorlopige bewijsverrichtingen
De afzonderlijke regelingen voor:
- Voorlopig getuigenverhoor
- Voorlopig deskundigenonderzoek
- Voorlopige plaatsopneming
- Inzagerecht zijn samengevoegd tot één regeling.
Partijen kunnen nu één verzoek tot voorlopige bewijsverrichtingen indienen, waarin verschillende vormen van bewijsverzameling worden gecombineerd. Dit maakt het eenvoudiger om voorafgaand aan een procedure relevante informatie te verzamelen.
Na de start van een procedure kan zo’n verzoek niet meer apart worden ingediend. Wel kan de rechter, in overleg met de partijen, alsnog bepaalde bewijsverrichtingen laten uitvoeren.
3. Waardering van partijgetuigenverklaringen
Voorheen hadden verklaringen van partijgetuigen beperkte bewijskracht en konden ze alleen dienen als aanvulling op ander bewijs
Vanaf nu bepaalt de rechter zelf hoe zwaar hij zo’n verklaring meeweegt in zijn beslissing.
4.,Uitbreiding inzagerecht
Het inzagerecht – toegang tot documenten, gegevens en bewijsstukken van de wederpartij of een derde – is verruimd.
Nieuw is de preprocessuele medewerkingsplicht:
✔ Partijen kunnen ook inzage vragen in gegevens bij een derde, zolang de wederpartij daarover kan beschikken.
✔ De nieuwe regel is “toestaan, tenzij”, in plaats van “alleen toestaan als er een zwaarwegend belang is”. Dit betekent dat inzage nu eerder wordt verleend, tenzij er sterke redenen zijn om het te weigeren.
5. Verschoningsrecht voor levensgezellen
Het verschoningsrecht (zwijgrecht) gold al voor echtgenoten en geregistreerde partners. Dit wordt nu uitgebreid naar (ex-)levensgezellen als er sprake is van een nauwe persoonlijke band.
Wat precies onder deze band valt, zal in de rechtspraak verder worden uitgewerkt.
6. Actievere rol van de rechter
De wet stimuleert een proactieve houding van rechters.
Rechters mogen bij een verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen:
✔ Het gesprek met partijen aangaan over de verdere procedure.
✔ Zelf schikkingsonderhandelingen starten.
Zo wordt geprobeerd om sneller tot een eerlijke oplossing te komen en onnodige rechtszaken te voorkomen.
Conclusie
De wet zorgt ervoor dat procedures efficiënter en eerlijker verlopen. Zowel rechters als partijen moeten actiever bijdragen aan het verzamelen van bewijs en het vinden van de waarheid. Dit voorkomt onnodige rechtszaken en bespaart tijd en kosten.
Heeft u vragen over wat deze wet voor uw zaak betekent? Neem dan contact op met een van onze advocaten.





