Verhuizen met kinderen tijdens de scheiding: Wat zegt het EHRM?

Op 9 april 2026 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijke uitspraak gedaan over verhuizingen met kinderen tijdens een echtscheidingsprocedure. Het Hof maakt duidelijk dat rechters niet alleen moeten kijken naar de bestaande situatie, maar ook naar de wijze waarop die situatie is ontstaan en welke gevolgen het laten voortduren daarvan heeft voor de uiteindelijke beslissing.

Verhuizen met kinderen tijdens de scheiding: Wat zegt het EHRM?

Wat speelde er?

Kort nadat een echtscheidingsprocedure was gestart, verhuisde de moeder zonder toestemming van de vader met de kinderen naar een woonplaats op ongeveer 200 kilometer afstand. In de echtscheidingsprocedure verzocht de moeder om eenhoofdig gezag en een beperkte omgangsregeling. De vader verzocht juist om gezamenlijk gezag en een co-ouderschapsregeling.

De vader vroeg de rechter om spoedmaatregelen te treffen. Hij wilde onder meer dat de moeder met de kinderen zou terugkeren en verzocht om een voorlopige beslissing over het gezag. Die verzoeken werden afgewezen. Volgens de rechter waren de kinderen veilig, werden zij goed verzorgd en kon de vader de kinderen nog steeds eens per twee weken zien.

In de bodemprocedure is het eenhoofdig gezag aan moeder toegewezen. Daarnaast werd een zorgregeling vastgesteld waarbij de vader de kinderen eens per twee weken een weekend zag. Daarbij speelde mee dat de kinderen inmiddels gewend waren geraakt aan hun nieuwe woonomgeving en aan de afstand tot hun vader.

Klacht bij het EHRM

De vader legde de zaak vervolgens voor aan het EHRM. Hij stelde dat de nationale rechters onvoldoende oog hadden gehad voor het feit dat de moeder eigenmachtig een nieuwe feitelijke situatie had gecreëerd en dat deze situatie vervolgens bepalend was geworden voor de uitkomst van de procedure.

Het Hof gaf de vader gelijk. Volgens het EHRM hadden de rechters niet uitsluitend mogen kijken naar de vraag of de kinderen op dat moment veilig waren en of de bestaande situatie functioneerde. Ook hadden zij moeten beoordelen welke gevolgen het laten voortbestaan van die situatie zou hebben voor de uiteindelijke beslissing over gezag en zorgregeling.

Door de verhuizing zonder toestemming te laten voortduren, ontstond een nieuwe werkelijkheid. Naarmate de tijd verstreek, werd het steeds moeilijker om terug te keren naar de situatie van vóór de verhuizing. Uiteindelijk werd de moeder in de bodemprocedure mede in het gelijk gesteld omdat de kinderen inmiddels gewend waren aan de door haar gecreëerde situatie.

Het EHRM oordeelde dat daarmee te veel gewicht is toegekend aan een situatie die bewust en onrechtmatig door de moeder was gecreëerd. Feitelijk werd zij beloond voor haar handelen. Dat levert volgens het Hof een schending op van het recht op eerbiediging van het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak is relevant voor procedures waarin één van de ouders tijdens een conflict over de kinderen een feitelijke wijziging doorvoert, bijvoorbeeld door:

  • zonder toestemming te verhuizen;
  • de zorgregeling eenzijdig aan te passen;
  • het contact tussen de andere ouder en het kind te beperken.

Het EHRM benadrukt dat rechters zich bewust moeten zijn van het risico dat voorlopige situaties later een beslissende rol gaan spelen in de bodemprocedure. Een rechter kan daarom niet volstaan met de constatering dat een bestaande situatie op dat moment voldoende stabiel lijkt.

Ook moet worden beoordeeld of het laten voortbestaan van die situatie ertoe leidt dat één van de ouders feitelijk een procedureel voordeel verkrijgt door eigenmachtig handelen.

Wat betekent dit voor ouders?

Voor ouders die verwikkeld zijn in een echtscheiding of een geschil over kinderen bevat deze uitspraak een duidelijke boodschap. Het creëren van voldongen feiten biedt geen garantie dat de rechter die situatie uiteindelijk zal accepteren. Integendeel: wanneer een ouder bewust buiten de andere ouder om handelt, kan dat juist tegen hem of haar werken.

Tegelijkertijd onderstreept de uitspraak het belang van snelle juridische actie wanneer een ouder wordt geconfronteerd met een eenzijdige wijziging van de situatie. Juist omdat tijd in familiezaken een belangrijke factor is, kunnen voorlopige beslissingen grote gevolgen hebben voor de uiteindelijke uitkomst van een procedure.

Conclusie

Met deze uitspraak maakt het EHRM duidelijk dat rechters niet alleen moeten kijken naar de vraag of een bestaande situatie op korte termijn aanvaardbaar is. Zij moeten ook oog hebben voor de manier waarop die situatie is ontstaan en voor de invloed die het voortduren daarvan kan hebben op de uiteindelijke beslissing.

Een ouder mag niet worden beloond voor het eigenmachtig creëren van een nieuwe werkelijkheid. De belangen van het kind, maar ook het recht van beide ouders op gezinsleven, vereisen een bredere beoordeling dan alleen de situatie op het moment van de voorlopige voorziening.

 

Heeft u vragen hierover? Neem gerust contact op met ons.

claassenadvocaten

“Soms net dat ietsje meer doen dan dat er van je verwacht wordt!”

Het laatste nieuws direct ontvangen?

Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen.

Aangesloten bij / partners

Nova
Claassen Advocaten