Die baret is meer dan een aardige attentie. Het is een symbool van een lange traditie. Er bestaan zelfs regels en gebruiken rondom het dragen ervan. Zo is er de mooie, bijna plechtige uitdrukking dat een advocaat mag pleiten “met gedekten hoofde”. Met andere woorden: mét baret. In de huidige rechtspraktijk zie je dat vrijwel nooit meer, maar het onderstreept wel dat de advocatuur niet alleen een beroep is, maar ook een ambt met historie, vorm en waardigheid.
Als ik terugkijk op de afgelopen vier decennia, kan ik één ding oprecht zeggen: ik heb nooit een hekel gehad aan mijn werk. Sterker nog, het is eigenlijk nooit saai geweest — en dat mag het ook niet zijn. De advocatuur is bij uitstek een vak waarin geen dag hetzelfde is. Nieuwe mensen, nieuwe verhalen, nieuwe juridische puzzels. Dat maakt het werk levendig en uitdagend.
In de eerste jaren van mijn praktijk werkte ik als echte generalist. Ik behandelde allerlei soorten zaken die op mijn pad kwamen. Dat was een leerzame periode waarin ik een brede basis heb opgebouwd.
In de afgelopen twintig jaar is mijn praktijk steeds meer verschoven naar het MKB. Ondernemers met hun vragen en uitdagingen staan centraal. Daarbij blijft het werk breed: arbeidsrecht, huurrecht, incasso’s, contracten — een palet dat eigenlijk nooit verveelt en met een afwisseling die het boeiend maakt.
Ik merk dat mijn rol daarin vaak het best te omschrijven is als die van een “juridische huisarts”: het eerste aanspreekpunt, iemand die naast de ondernemer staat en meedenkt, snel schakelt en waar nodig doorpakt. Soms is het een kleine ingreep, soms moet er echt worden doorverwezen of stevig worden opgetreden — maar altijd met het doel om de ondernemer vooruit te helpen.
Maar eerst is er dus die baret — een mooi symbool voor een lange periode in een vak dat mij veel heeft gebracht en nog steeds brengt. Vier decennia aan dossiers, cliënten, zittingen, discussies, oplossingen en ervaringen. Nooit saai geweest.





